Statuten

NAAM EN ZETEL.
Artikel 1.
  1. De stichting draagt de naam: Stichting Vrienden van de Plantagekerk.
  2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Zwolle.


DOEL.
Artikel 2.

De stichting heeft ten doel het bevorderen van de instandhouding van het kerkgebouw de Plantagekerk aan de Ter Pelkwijkstraat te Zwolle ten behoeve van de christelijke eredienst, en voorts al hetgeen daarmee rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

Artikel 3.

De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

  1. het bijeenbrengen en beheren van financiële middelen en het ter beschikking stellen daarvan ten behoeve van onderhoud en restauratie van de Plantagekerk;
  2. het verzamelen en verspreiden van kennis over de Plantagekerk.

BESTUUR.
Artikel 4.
  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie en ten hoogste negen leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden wordt -met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde- door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.
  2. Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in funktie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De funkties van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
  3. Bij het ontstaan van één (of meer) vakature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen twee maanden na het ontstaan van de vakature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).
  4. Tot bestuurder van de stichting is niet benoembaar:
    1. degene die vijf jaar of korter voorafgaand aan de voorgenomen benoeming door de rechtbank is ontslagen als bestuurder van een stichting;
    2. degene die in eerste, tweede of derde graad van bloed- of aanverwantschap staat tot een in functie zijnde bestuurder.
  5. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, behoudens het bepaalde in artikel 7.
  6. Het bestuur is bevoegd een bestuurslid te schorsen of te ontslaan.
  7. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun funktie gemaakte kosten.
  8. Elke bestuurder is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN.
Artikel 5.
  1. De bestuursvergaderingen worden gehouden te Zwolle.
  2. Ieder jaar wordt ten minste een vergadering gehouden.
  3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
  4. De oproeping tot de vergadering geschiedt -behoudens het in lid 3 bepaalde- door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet medegerekend, door middel van oproepingsbrieven.
  5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
  6. Zolang in een bestuursvergadering alle in funktie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
  7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
  8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
  9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in funktie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter der vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.
    Indien gestemd wordt over een voorstel om een bestuurslid te ontslaan als bedoeld in artikel 8, kan het bestuurslid, wiens ontslag het betreft, niet aan de stemming deelnemen en telt dit bestuurslid niet mee voor de berekening van het quorum, zoals bepaald in de eerste volzin van dit lid.
  10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telegrafisch, per telex of telefax hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
  11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
    Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van een oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt.
    Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  13. Blanko stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

BESTUURSBEVOEGDHEID.
Artikel 6.
  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
  3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.


VERTEGENWOORDIGING.
Artikel 7.

De stichting wordt vertegenwoordigd door hetzij het bestuur, hetzij twee gezamenlijk handelende bestuursleden.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP.
Artikel 8.
Het bestuurslidmaatschap eindigt:

  1. door overlijden van een bestuurslid;
  2. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
  3. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);
  4. bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
  5. door ontslag door het bestuur.

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN.
Artikel 9.
1.    Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. Het eerste boekjaar eindigt op eenendertig december tweeduizend en vier.
2.    Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten (hierna tezamen ook te noemen: jaarstukken) over het geëindigde boekjaar opgemaakt. Deze jaarstukken worden -voorzover het bestuur zulks wenst of de wet het voorschrijft, vergezeld van een rapport van een registeraccountant of van een accountant-administratieconsulent- binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur aangeboden.
3.    De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld en gedurende ten minste de door de wet voorgeschreven termijn bewaard.
4.    De vastgestelde jaarstukken worden onverwijld ter kennis gebracht van de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk te Zwolle-Centrum.

STATUTENWIJZIGING.
Artikel 10.
  1. Deze statuten kunnen slechts gewijzigd worden bij een besluit van het bestuur, genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
    Het besluit tot statutenwijziging dient te worden goedgekeurd door de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk te Zwolle-Centrum.
  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.
    Tot het verlijden van die akte is ieder bestuurslid bevoegd.
  3. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Handelsregister waar de stichting op grond van de wet is ingeschreven.

ONTBINDING EN VEREFFENING.
Artikel 11.
  1. De stichting kan slechts ontbonden worden bij een besluit van het bestuur, genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
    Het besluit tot ontbinding dient te worden goedgekeurd door de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk te Zwolle-Centrum.
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan wordt aan de naam toegevoegd: in liquidatie.
  3. De vereffening geschiedt door de bestuurders.
  4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 10 lid 3.
  5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt uitgekeerd aan een door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aan te wijzen rechtspersoon waarvan de doelstelling zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting. Indien en voorzover een dergelijke aanwijzing niet heeft plaatsgehad of niet meer uitgevoerd kan worden, wordt op verzoek van de vereffenaar(s) het batig saldo besteed overeenkomstig een door de Kantonrechter of een andere Rechter binnen wiens rechtsgebied de zetel van de stichting is gelegen, te bepalen doel.
  7. De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende de door de wet voorgeschreven termijn na afloop van de vereffening berusten onder de jongste vereffenaar of een andere door de vereffenaar(s) aangewezen persoon.

SLOTBEPALINGEN.
Artikel 12.
  1. De kerkenraad van de Gereformeerde Kerk te Zwolle-Centrum is uitdrukkelijk bevoegd haar bevoegdheden uit hoofde van deze statuten te delegeren aan een ander orgaan van de Gereformeerde Kerk te Zwolle-Centrum.
  2. In alle gevallen waarin deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur binnen de kaders van de wet.
 
Ter Pelkwijkstraat 17 | 8011 SE Zwolle | info@vriendenvandeplantagekerk.nl
Copyright © 2010 Vrienden van de Plantagekerk. All rights reserved. | Website: Studio 135.