Historie van de Plantagekerk

De voorgeschiedenis
Medio 1835 vond de Afscheiding plaats in Zwolle. De afgescheiden gemeente had echter vrijwel onmiddellijk te kampen met interne verdeeldheid. In 1838 leidde dit tot een scheuring, in 1866 gevolgd door een tweede scheuring. Zo waren er dan drie gemeenten der afgescheidenen in Zwolle.

In 1869 kwam het tot een hereniging van de drie gemeenten. Men ging samen verder onder de naam ‘Christelijke Gereformeerde Kerk’. De bestaande kerkgebouwen waren te klein voor de verenigde gemeente. Daarom besloot de kerkenraad in 1872 tot nieuwbouw. In 1873 kon van de gemeente Zwolle bouwgrond worden gekocht, op drooggelegd terrein bij een gedeelte van de oude stadsmuur.

Ingebruikneming
Op 25 juli 1875 werd de kerk in gebruik genomen in aanwezigheid van de burgemeester van Zwolle en de commissaris der koningin in Overijssel. De voorzitter van de bouwcommissie stelde uitdrukkelijk dat het gebouw het resultaat was van de vereniging van 1869. De kerk werd dan ook gepresenteerd als een symbool van eenheid. Het gebouw moest getuigen dat “het beginsel, het welk vereenigt, krachtiger is dan het verschil dat scheidt”. Kerkenraad en bouwcommissie hadden dus een hoge pretentie met het nieuwe kerkgebouw!

Die hoge pretentie bleek ook uit het feit dat men een echte architect had ingeschakeld. De afgescheidenen waren altijd gewend om rechtstreeks naar een aannemer te gaan. Vooral goedkoop en doelmatig zijn vanouds de uitgangspunten van gereformeerde kerkbouw geweest. Alzo niet bij de Plantagekerk, hoewel….. pas in 1880 kwam er verwarming en toen duurde het nog een jaar voordat er een toiletvoorziening kwam. En in 1892 moest het torentje op de voorgevel worden afgebroken omdat de constructie te licht was.

Eén interieurstuk nam men mee uit het voormalige kerkje van de Christelijke Afgescheiden Gemeente: het orgel. Lange tijd is aangenomen dat dit orgel in 1866 is gebouwd. Bestudering van het orgelfront heeft evenwel uitgewezen dat dit moet dateren uit omstreeks 1845, hetgeen kan kloppen met bepaalde archiefgegevens. De precieze herkomst van het orgel wordt momenteel onderzocht in het kader van een algehele inventarisatie van historische orgels in Nederland.

Een zijstapje
In 1886 vond in Nederland de Doleantie plaats en zo ontstond de ‘Nederduitsch Gereformeerde Kerk’, ook in Zwolle. Op een steenworp afstand van de Plantagekerk bouwde deze gemeente in 1888 de Oosterkerk. In 1892 kwam het tot een vereniging van beide kerkverbanden. De gemeente in de Plantagekerk werd de Gereformeerde Kerk A en de gemeente in de Oosterkerk werd de Gereformeerde Kerk B. In 1897 kwam het tot plaatselijke vereniging. Een aantal leden van de Gereformeerde Kerk A was tegen vereniging. In 1895 scheidden zij zich af en vormden de Christelijke Gereformeerde Kerk, die sindsdien in Zwolle bijeen is gekomen in de Noorderkerk.

De verenigde Gereformeerde Kerk ging een periode van (in ieder geval uitwendige) bloei tegemoet. In 1925 verrees een derde kerkgebouw: de Zuiderkerk.

Eerste barst in het symbool
Op 11 augustus 1944 wordt in een bijeenkomst in Den Haag de ‘Akte van Vrijmaking of Wederkeer’ voorgelezen. In Zwolle betuigt één van de vier predikanten daaraan zijn steun in de eerstvolgende kerkenraadsvergadering, op 4 september 1944. Door een samenloop van omstandigheden komt de kerkenraad vervolgens maandenlang niet meer bijeen. Achter de schermen wordt ondertussen geprobeerd een vrijmaking in Zwolle te voorkomen. Zelfs hoopt men een formule te vinden die landelijk toepasbaar is, zodat de breuk geheeld zou kunnen worden. Tevergeefs. Op Pinksterzondag 20 mei 1945 houdt de ongedeelde Gereformeerde Kerk van Zwolle voor het laatst haar diensten. In de kerkenraadsvergadering van 22 mei daarna komt het tot de Vrijmaking te Zwolle, 18 kerkenraadsleden verlaten de vergadering, 49 blijven er achter.

De Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) komt vervolgens enkele weken ’s zondags samen in de aloude Broerenkerk. Ondertussen komt er een schikking tot stand met de synodale kerkenraad. Vanaf 1 juli kan de Plantagekerk gebruikt worden, echter uitsluitend op zondag en dan nog tot 10 uur ’s ochtends en vanaf 5 uur ’s middags. Het aantal gemeenteleden maakt het echter noodzakelijk om dubbele diensten te houden. Omdat dit niet bespreekbaar is voor de synodale kerkenraad, maakt de vrijgemaakte kerkenraad de gang naar de wereldlijke rechter. Deze doet uitspraak op 2 augustus, met als resultaat dat de Plantagekerk de gehele zondag gebruikt mag worden en drie dagen per week ook de consistorie. Het vonnis van de rechter heeft een voorlopig karakter en betreft alleen het gebruik van het gebouw, niet de eigendom.

Er volgen zeven jaren van correspondentie tussen beide kerkenraden met de Plantagekerk -eens symbool van eenheid- als inzet. In 1952 kan het gebouw worden gekocht en na de nodige interne discussie besluit de kerkenraad op dat aanbod in te gaan.

Tweede barst in het symbool
In de jaren ’60 van de 20e eeuw werden de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) geteisterd door een ingewikkeld conflict. Dat conflict uitte zich onder andere op de Synode van Amersfoort-West in 1967. Eén van de Zwolse predikanten was moderamenlid van die synode en zijn opstelling werd onderwerp van discussie in de Zwolse kerkenraad. Er ontstond een interne strijd, waarbij zich de situatie ging aftekenen dat in de kerkenraad mèt diakenen de meerderheid anders lag dan in de kerkenraad zònder diakenen. Daarmee kreeg de strijd in Zwolle een sterk juridisch accent. In de laatste week van februari 1969 kwam het tot een breuk in de kerkenraad en vanaf zondag 2 maart 1969 werden gescheiden kerkdiensten gehouden. Een (kleine) meerderheid van de gemeenteleden, een meerderheid van de diakenen en bijna de gehele commissie van beheer (sleutels!) gingen/raakten ‘buiten verband’.
Voor de tweede keer werd de Plantagekerk onderwerp van een gerechtelijke procedure, dit keer samen met de in 1965 gebouwde Opstandingskerk.

Op 7 januari 1970 stelde de rechter op grond van de kerkorde vast dat ‘binnen verband’ eigenaar van de gebouwen was. De meerderheid van predikanten en ouderlingen bleef ‘binnen verband’ en dat was doorslaggevend. De ‘buiten verbanders’, tegenwoordig Nederlands Gereformeerde Kerk geheten, weken uit naar de Zuiderkerk.

Bijna een barst?
In de jaren ’80 voldeed de Plantagekerk niet meer in aan de eisen der tijd. Er ontstond binnen de kerkenraad een discussie over afbraak of renovatie. De voorstanders van afbraak leken het pleit te winnen en de discussie verschoof reeds naar de volgende vraag: bouw van een nieuwe kerk op dezelfde plek of vertrek uit de binnenstad en nieuwbouw in een buitenwijk.
Deze discussie werd echter beëindigd door ingrijpen van de burgerlijke gemeente Zwolle: de Plantagekerk kwam in 1984 op de monumentenlijst. Afbraak was niet meer aan orde. De bouwcommissie werd vervangen door een restauratiecommissie.

Derde barst in het symbool.
De Plantagekerk is nog een derde keer onderwerp geweest van een juridische procedure, namelijk arbitrage. Per 1 januari 1990 werd de kerk van Zwolle gesplitst. Er werd een zelfstandige Gereformeerde Kerk te Zwolle-Zuid geïnstitueerd en de Zwolle wijzigde haar naam in Zwolle-Centrum. Bij deze instituering werden afspraken gemaakt over wederzijdse financiële ondersteuning: de leden van Zwolle-Centrum hadden bijgedragen aan de bouw van de Koningskerk in 1989, daarom zou Zwolle-Zuid meebetalen aan de restauratie van de Plantagekerk.

Toen het restauratiebudget werd overschreden rees onenigheid over de vraag welk deel daarvan door Zwolle-Zuid diende te worden gedragen. Voor de derde keer was de Plantagekerk onderwerp van een conflict, dat men zelf niet op kon lossen. Een arbitragecommissie, bestaande uit een accountant, een notaris en een advocaat, moest het geschil beslechten.

En toch symbool van eenheid
Aan het einde van de twintigste eeuw was de Gereformeerde Kerk te Zwolle-Centrum de grootste gemeente binnen het kerkverband. Het zielental was de 2800 gepasseerd en bleef in rap tempo groeien. Op 2 september 2002 werd de gemeente daarom in drieën gesplitst: Zwolle-Noord en Zwolle-West werden afgesplitst van Zwolle-Centrum.

Sindsdien is de Plantagekerk het onderkomen van een gemeente van ongeveer 950 leden. Maar het is een gemeente van een bijzondere samenstelling. Bijna de helft van de leden is in de afgelopen drie jaar in Zwolle-Centrum komen wonen, zij hebben dus de instituering van 2002 niet meegemaakt! Toch groeit het zielental van Zwolle-Centrum niet, er is zelfs een lichte dalende tendens. De doorstroming is dus groot en daarmee ook de verscheidenheid.

Het is dan ook onvermijdelijk dat de Plantagekerk wordt bevolkt door broeders en zusters die elkaar voor een groot deel niet kennen. En die alweer verhuisd zijn voordat ze elkaar hebben leren kennen. In de gemeenteopbouw wordt daarom het accent gelegd op miniwijken: kleine groepen gemeenteleden, die nauw op elkaar betrokken zijn. En juist in die miniwijken blijkt de veelkleurigheid van de gemeente. Spiritualiteit, liturgische opvattingen, maar ook sociale achtergronden en maatschappelijke posities liggen soms ver uiteen.

In die situatie mag de Plantagekerk uitstralen dat “het beginsel, het welk vereenigt, krachtiger is dan het verschil dat scheidt”. Samen in de naam van Jezus!

 
Ter Pelkwijkstraat 17 | 8011 SE Zwolle | info@vriendenvandeplantagekerk.nl
Copyright © 2010 Vrienden van de Plantagekerk. All rights reserved. | Website: Studio 135.